Beschrijf wat je hebt geleerd na het lezen van de kinderbijbel, wat roept de lectuur bij je op?
Ik heb ' Het land onder de regenboog' gelezen. Eerst en vooral was ik heel aangenaam verrast door de kinderbijbel. Het leest zo vlot, is in gemakkelijke kindertaal geschreven en eerlijk. Het zijn verhalen binnen een verhaal. Dat oom Ben een soort verteller is vind ik prachtig aangepakt en geeft nog meer kans om je in te leven. Alles wordt zo mooi vertaald naar kinderen toe, bijna alsof het door kinderen geschreven is. Het is precies een sprookjesboek.
Ik was wel teleurgesteld in mezelf, ik dacht dat ik er nog meer van kende. Eerlijk gezegd was alles terug nieuw voor mij, ik kende de namen van de verhalen wel maar de inhoud niet meer. Ik had eerst ook schrik dat het zo een enorm moeilijk boek ging zijn maar het is zo luchtig dat ik er gelukkig van werd. Het is ook een bijbel waar je creatief, heel mooie dingen mee kan doen en dat is in mijn ogen wel nodig bij kinderen. Je moet kinderen creatief kunnen laten bezig zijn zodat ze voor een stuk op eigen houtje bij het moraal van het verhaal komen. Ik ben nu ook heel blij dat ik inhoudelijk sterker ben geworden door deze kinderbijbel.
Ik heb in de kinderbijbel zoveel passages gevonden die ik prachtig vond. Passages die zo simpel en vlot in het verhaal voorkomen maar volgens mij onderbewust een diepe indruk en een veilig gevoel bij kinderen nalaat. Het verhaal over Abraham die begint te twijfelen aan zijn geloof en oom Ben die beaamt dat er geen geloof zonder twijfel bestaat vind ik geweldig. Het maakt duidelijk dat twijfelen in geloof iedereen overkomt en dat dat altijd stijgt en daalt. In mijn ogen is dat iets heel belangrijk om te weten en geeft dat een enorm veilig gevoel voor een kind. Ik moet toegeven dat het mij zelfs een veilig gevoel gaf. Alle aspecten van een mensenleven komen aan bod in deze bijbel: verdriet, wanhoop, twijfel, geluk, voldoening, dood, leven,.. en nog zoveel meer.
Opdracht 2
Hoe komen de vijf geboden van goed godsdienstonderwijs aan bod binnen een geobserveerde les Godsdienst?
Vermits er op mijn werkplek geen Godsdienst gegeven wordt, ben ik een paar lessen Godsdienst gaan observeren in een andere school.
Het thema was omgaan met verdriet en dood.
Ik vond dat drie van de vijf geboden heel duidelijk merkbaar waren. De andere twee heb ik wat gemist. Ik moet er wel bij zeggen dat ik het jammer vind dat de tijd zo kort is. Ik heb nadien nog een gesprek gehad met de juffrouw en ook zij liet duidelijk merken dat ze graag zoveel dieper zou ingaan op sommige dingen maar dat dat door de grote groep en tijdstekort gewoon niet haalbaar is. In zo een les komen zoveel levensvragen voor en ik zie ook aan haar hoe spijtig ze het vind dat ze niet altijd even diep kan gaan. Daardoor is het bij ook wel duidelijk geworden dat een godsdienstles inderdaad over Godsdienst gaat maar nog meer over vrije meningsuiting, op zoek gaan naar, nadenken en vragen stellen. Ik heb gezien dat het de kinderen op een andere manier vormt.
1;Verken met de kinderen de levensbeschouwelijke dimensie van het leven.
De juffrouw geeft de kinderen de ruimte om alles te laten bezinken. Ze eindigde haar vorige les met een verhaaltje van een poes die zwanger was. De poes beviel en 2 katjes werden doodgeboren. Ze laat de kinderen vertrekken met dit verhaal zodat zij de tijd kunnen nemen om alles te laten malen.
In de les daarna laat ze de kinderen zelf het verhaal vertellen en begint hen vragen te stellen. Vragen zoals;" heeft er al iemand dit meegemaakt?" " Ben je al eens verdrietig geweest?" Elk kind krijgt de kans om zijn of haar verhaal te vertellen. Zo maakt zij de kinderen ook al dadelijk duidelijk dat ze niet alleen zijn en dat anderen ook geconfronteerd worden met dood en verdriet. Vanuit het verhaal van de poes gaat ze verder naar de dood of het weggaan van mensen die hun dierbaar zijn.
Er was ook heel veel ruimte voor levensvragen, je zag aan de uitdrukkingen en de houdingen van de kinderen dat ze bezig waren met nadenken over het thema.
Je kon duidelijk merken dat de kinderen de link tussen het verhaal en hun eigen ervaringen hadden gelegd.
2; Wek daarbij hun belangstelling voor elementen van christelijk geloven.
Met dit verhaal als basis gaat zij verder met Allerzielen. Ze legt hen uit dat christenen op deze dag bloemetjes op het graf gaan leggen om hun dierbaren te herdenken en te laten weten dat ze hen nog graag zien.
Persoonlijk vond ik dit nogal kort want heel veel uitleg kwam er niet bij terwijl ik van mening ben dat je zoveel meer kan vertellen hierover. Ik heb dan na de les nog gevraagd of er nog een vervolg les zou komen, blijkbaar niet. Dan vind ik wel dat er te weinig aandacht besteed werd aan Allerzielen.
Misschien had ze wat dieper kunnen ingaan wat Allerzielen inhoud en waar dit thema ontsproten is. Ik ben er zeker van dat de kinderen heel geboeid zouden zijn en dat dat nog meer vragen en levensvragen zou oproepen.
3; Geef kinderen kansen om zelf actief te leren.
Ze geeft hen de uitnodiging om hun gevoelens of de persoon die ze missen te tekenen. De titel van de tekening is dan ook; ik denk nog heel vaak aan..
Wat mij ook opviel was dat de kinderen hun verhaal, door hun tekening, begonnen uit te leggen aan mekaar. Ook dat ieder kind de kans kreeg om zijn of haar te vertellen verhoogde de betrokkenheid enorm. Ik zag dat de kinderen via deze creatieve manier hun ervaringen, gevoelens en groei, beter konden uitdrukken. De juffrouw was zeker en vast bezig om alles vanuit de kinderen te laten komen. De aanpak was wel geslaagd.
4; Maak verscheidenheid binnen en buiten de klas zichtbaar en relevant voor het groeien op levensbeschouwelijk vlak.
De juffrouw maakte heel duidelijk dat missen voor ieder kind anders is. De kinderen luisterde naar ieders verhaal. Hierdoor merkten zij ook dat ieder kind anders is, het gemis voor iedereen anders is en dat elk kind hier anders mee omgaat. De juffrouw haalt ook aan dat op Allerzielen bloemetjes op het graf van een dierbare wordt gelegd. Nadat ze dit verteld had zegt ze dat je dit niet moet doen, dat je een dierbare ook op je eigen manier kan herdenken, door bidden of een kaarsje aan te steken. Door dit te zeggen laat ze de kinderen voelen dat het oke is om op je eigen manier om te gaan met verdriet en gemis, en dat iedereen dat voor zichzelf mag uitmaken.
5;Biedt de kinderen ruimte om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden, te uiten, te leven en te vieren ook.
Dit gebod heb ik minder gezien in de les. De kinderen kregen de vrijheid wel om hun eigen ding te doen en op zoek te gaan naar hun manier van uiten maar verder werd daar niet zoveel aandacht aan geschonken vind ik. Na de lessen ben ik wel eens gaan rond horen hoe dat de school de kinderen biedt om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden. Er werd mij verteld dat elk kind zowiezo de kans krijgt om te geloven, in welke vorm dan ook. Ze proberen in school alle Godsdiensten aan bod te laten komen zodat er naar elk kind geluisterd wordt. Ook bieden zij de kinderen de kans om alle vragen te stellen die ze willen. Zo was er bijvoorbeeld een kind dat enorm gesloten was en in de les Godsdienst open is gebloeid. Zij had haar grootmoeder verloren en door de samenhorigheid die er in de les heerste heeft zij haar verhaal verteld. De juffrouw van dat moment heeft haar comfort gegeven en de klas hierbij betrokken en zijn samen op zoek gegaan naar het waarom van doodgaan. Zij heeft hier ook enkele Bijbelverhalen in betrokken. Als ik dit verhaal hoor dan lijkt het mij toch dat elk kind de kans krijgt om zijn eigenheid te vinden en te uiten.
Opdracht 3
Lees één tijdschrift, lees 'in de kijker' en lees enkele lessen uit een handboek. Wat heb je geleerd en is bruikbaar voor je eigen praktijk?
Tijdschrift Samuel; Hallo, wie ben jij?
Het eerste wat mij opviel in dit tijdschrift was dat het niet enkel over Bijbelverhalen gaat maar de link legt met de huidige maatschappij. Het kaart aan wat er leeft in onze maatschappij en door dit te doen denk ik dat het voor kinderen gemakkelijker is om een Bijbelverhaal te begrijpen. In deze uitgave is het thema: apartheid. Het boekje begint eerst met een paar prikbord berichten. Eentje gaat over het maandkind, een kind dat heel ziek wordt van de zon. Dan is er nog een prikbord bericht over Missio, een organisatie die 1000de projecten steunt wereldwijd voor kinderen, vluchtelingen, zieken en zo meer. Daarna staat er een Bijbelverhaal: Jezus ontmoet een vreemde vrouw. Het gaat over Jezus die water vraagt aan een Samaritaanse, iets wat niet gebruikelijk was in die tijd vermits Joden niets moesten hebben van Samaritanen. Na het verhaal zijn er wat vragen hierover en als laatste word er nog een stuk geschreven over de apartheid in Afrika.
Eerst en vooral vond ik het al prachtig om te zien hoe het thema apartheid wordt aangepakt. Het magazine laat duidelijk merken dat er verschillende soorten van apartheid bestaan. In de vorm van een kind dat weinig vriendjes heeft omdat hij ziek is, een organisatie die opkomt voor zieken en vluchtelingen. Dan het verhaal van Jezus gelinkt met de apartheid in Afrika. Ik vind dat er op deze manier echt gewerkt wordt aan de kinderen voeling te geven met maatschappelijke thema's door middel van de Bijbel.
Ik zou deze boekjes zeker en vast in mijn praktijk gebruiken. Dit jaar is dat misschien wat moeilijker. Als ik dan kijk naar de komende jaren dan zou ik het zeker gebruiken. De vragen die gesteld worden na het verhaal zijn heel gericht en doen de kinderen net iets dieper nadenken over het verhaal. Het fijne is ook dat het geen lange verhalen zijn, kort maar krachtig en veel symboliek. Ik zou ook beginnen met het thema aan te kaarten en dan aan de kinderen te vragen of ze al ooit in aanraking zijn gekomen met apartheid en of ze weten wat het betekend. Daarna zou ik het verhaal van Jezus aanbrengen om hun duidelijk te maken dat apartheid altijd heeft bestaan maar dat iedereen er anders mee om kan gaan. Ik zou hen bijvoorbeeld ook vragen hoe zij zouden reageren als ze de Samaritaanse waren of Jezus. Eventueel het verhaal naspelen of uittekenen. Daarna vragen of ze dit soort apartheid nogal hebben gezien en wat ze ervan vinden.
Als ik nalees wat ik geschreven heb merk ik dat ik enorm veel vragen zou stellen en het boekje als leiddraad zou gebruiken. Ik zou graag willen dat het dieper nadenken, vanuit de kinderen komt.
' In de kijker'; Halloween
Bij het lezen van ' in de kijker' heb ik gekozen voor het thema Halloween, ook omdat het handig gaat zijn op mijn werkplek. Ik was even overdonderd door de massa aan informatie op deze site. Niet enkel christelijke informatie maar allerhande leuke anekdotes over bijvoorbeeld de ' jack o lantern' Ik vind het persoonlijk heel leuk dat als een kindje aan je vraagt waar die uitgeholde pompoen vandaan komt dat je daar ook een leuk verhaal bij kan vertellen. Dan komt er nog eens uitleg, tips en verdieping over alle impulsen die te maken hebben met Halloween en Allerheiligen, en dat zijn er blijkbaar heel wat. Het leert mij ook dat je kinderen op een boeiende manier kan laten werken met zo een zwaar thema als angst, donker en dood. Ook is er ook steeds een tegenhanger; rust, licht en leven. Het is boeiend om te lezen hoe zo een simpele traditie zoveel meer betekend en dat er een veel diepere inhoud schuilt achter de verkleedpartijen en dergelijke.
Het praktische van deze site verdient ook een vermelding. Impuls per impuls wordt tot in de puntjes uitgelegd met opdrachten, liedjes, goed vragen en inhoudelijke aspecten bij. Bij elke impuls worden dan ook nog icoontjes gezet voor welke leeftijd en dergelijke.. Ik denk als je alle impulsen per thema moet aan bod brengen dat je dan een half jaar gevuld hebt.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit een heel boeiende site, totaal onverwacht. Want zelfs om in andere lessen te geven dan in de les Godsdienst, is deze site heel handig. Ik ben er dan ook zeker van dat ik in mijn werkplek nog veel gebruik ga maken van deze site misschien nog meer dan het magazine Samuel. Ik ga zelfs nu al een stukje gebruiken over angst en bijgeloof. Ik moet een bundeltje maken over het Sint Maartens feest en de impulsen die ik op de site heb gelezen over angst en bijgeloof zijn heel toepasselijk binnen dit thema. Vooral omdat ik waarschijnlijk ook een lesje ga geven hierover. Zo zie je maar dat in een school waar geen Godsdienst gegeven word, toch met levensbeschouwelijke thema's wordt gewerkt.
Ook het stukje over de lichtfeesten is heel interessant om aan te halen in mijn les.
Enkele lessen uit een handboek; TOV
Ik heb gekozen voor het handboek TOV voor het eerste en het tweede. Een beetje doelbewust omdat ik zelf in de eerste graad sta en onmiddellijk leuke ideeën kan opdoen over Sint-Maarten. Wat mij opvalt is dat dit handboek heel doelgericht is, wat natuurlijk ook de bedoeling is voor een handboek. Er staat duidelijk het doel in, het idee erachter, de werkwijze en wat ik heel fijn vind een alternatieve werkwijze! Bij de doelen staat ook iets wat mijn aandacht trekt: leren Sint-Maarten kennen en de betekenis te actualiseren naar onze tijd, iets waar ik zelf veel belang aan hecht.
Het handboek is een heel duidelijk boek,met duidelijke richtlijnen en heel gerichte vraagstelling, ik vind het een heel handig boek omdat het niet altijd even simpel is om aan jonge kinderen de diepere betekenis duidelijk te maken. Er worden ook verschillende manieren gegeven hoe je deze les kan aanpakken, met beeldanalyse, vertellen, zingen, knutselen, vraagstelling enz.. Ik ben ook van mening dat je verschillende tactieken moet gebruiken voor de kinderen want niet elk kind is geboeid door dezelfde manier van aanpak.
Voor mijn praktijk kan ik dit onmiddellijk gebruiken. Wij zijn momenteel aan het werken rond Sint-Maarten. Ik ga vragen of ik als kern de mantel van Sint-Maarten mag gebruiken, die staat voor verdienstelijkheid. Het handboek heeft mij geleerd dat het nodig is om de dingen waarover je spreekt moet visualiseren. Ook was het heel handig voor mij om het verhaal van Sint-Maarten zelf te kunnen lezen want ik kende het alleen in grote lijnen.
Ik ga maandag de koe bij de horens vatten en de les over de mantel zelf te geven. Ik ga hen in de vertelhoek zetten en een kleurplaat laten zien van Sint-Maarten die de mantel in twee snijdt. Dan ga ik het verhaal van Sint-Maarten vertellen. Daarna ga ik een stoel in het midden zetten met een rode mantel op, daar mag Sint-Maarten gaan zitten. De kinderen mogen nu vragen stellen aan Sint-Maarten, het kind dat het antwoord kent mag plaatsnemen op de stoel. Ik ben heel nieuwsgierig hoe het gaat gaan en ik zal het zeker nog posten op mijn blog..
Opdracht 4
Welke componenten komen aan bod in een leerplanonderwerp in het leerplan?
Lees een bijlage over leerplanonderwerpen en krachtlijnen, wat zijn je reflecties en bedenkingen?
Ik heb het leerplanonderwerp; Ik wil het goede doen gelezen. Natuurlijk komt hier het component ,groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad, sterk aan bod. Ik heb dan ook voor dit onderwerp gekozen omdat ik het persoonlijk heel moeilijk vind om een kind dit duidelijk te maken, waarom is iets goed en waarom is iets kwaad? Kan je altijd goed doen?
Ook vind ik dat het component, verbondenheid in zijn geheel, hier erg van toepassing is want de basis van het goede is de liefde voor een ander. Dat zegt op zich al genoeg vind ik, het goede doen komt duidelijk voort uit liefde, liefde voor een ander, de natuur, zichzelf en God.
Mijn gevoel bij het lezen van deze krachtlijnen is dat het vak Godsdienst niet enkel en alleen draait om de Bijbel, Jezus en God, dat gevoel kreeg ik in de lessen ook al mee. Het kind staat centraal en alles draait om de groei van het kind. De Bijbelverhalen worden gebruikt als leidraad doorheen dit proces, de verhalen over Jezus wordt naar mijn mening gebruikt als steun voor het kind. Stapje per stapje wordt er gewerkt aan de evolutie van het kind en dat merk je goed in deze krachtlijnen, ze geven een globaler beeld over de bedoeling hetgeen er dient gevormd te worden. Jezus begeleidt als het ware het kind in zijn groei. De krachtlijnen geven voor mij persoonlijk een mooi, gestructureerd beeld hoe ik als leerkracht mijn kinderen later kan bijstaan want uiteindelijk hoe begin je aan zoiets. Het is niet de gemakkelijkste taak van de wereld en eerlijk gezegd vind ik het vak Godsdienst één van de moeilijkste vakken om te geven. Het is de grootste uitdaging tot nu toe. Wat mij ook is opgevallen is dat alle competenties die een leerkracht moet bevatten hier nog sterker aan bod komen. Vooral leerkracht als begeleider, opvoeder en inhoudelijk aspect. Het is zelfs een beetje beangstigend om te weten dat ik verantwoordelijk ga zijn voor de stappen die een kind moet zetten in zijn groei en dat is toch iets wat het leerplan en de krachtlijnen héél duidelijk maken. Het is niet hetzelfde als het kind het alfabet leren, wij moeten kinderen leren wat solidariteit is, wat goed en kwaad is enz..
Opdracht 5
Observeer een godsdienstles:
1; Welke levensvraag komt aan bod?
Waarom gaan dieren en mensen dood?
2; Wat was het onderwerp?
Omgaan met verdriet en dood
3; Wat zijn de grote stappen die gezet worden met kinderen?
Eerst wordt er een verhaal verteld over een poes van wie er twee jonkies sterven. Een verhaal dat niets met hen persoonlijk te maken heeft maar wat hun al laat kennis maken met het thema. Na het verhaal wordt hun eigen mening gevraagd en of zij misschien zelf al een huisdiertje hebben moeten afgeven. De juffrouw maakt het thema wat meer voelbaar voor de kinderen en probeert hen in hun comfortzone te laten. De kinderen merken dat ze niet de enige zijn die dit al hebben meegemaakt en worden opener. Voor de kinderen die hier nog niet aan toe zijn, krijgen de kans tijdens het maken van een tekening. Er wordt een gevoel van vertrouwen gecreëerd bij de kinderen onderling en met de juffrouw. Na de tekening wordt er aangebracht of er kinderen zijn die al een dierbare hebben moeten afgeven of iemand die is moeten weggaan. Je merkt dat er vertrouwen is want de kinderen worden nog opener. Na dit gesprek gaat de juffrouw over naar Allerheiligen. De stap naar het thema over dood is gezet maar daar is zoals je ziet heel wat aan vooraf gegaan. Het zijn hele kleine stapjes die gezet worden want als je onmiddellijk recht op de bal gaat spelen dan vrees ik dat veel kinderen afhaken.
4; Wat is de sfeer? Hoe wordt hieraan gewerkt? Hoe onderscheidt deze zich van andere momenten?
In de klas heerst een heel gemoedelijke sfeer. Het lijkt meer op een gezellig samenzijn. Er heerst geen druk op en bij de kinderen. Ieder kind krijgt de kans om zichzelf te zijn, om zijn eigen verhaal te vertellen en vrij te zijn, vrij om hun eigen visie te vertellen. De juffrouw is dan ook constant bezig om hun op hun gemak te stellen, ze straalt ook warmte uit en dat wekt de interesse van de kinderen dat merk je. Ze krijgen hier echt het gevoel: " he, hier wordt naar mij geluisterd!"
5; Welke handleiding wordt gebruikt?
De tuin van heden
6; Hoe reageren de kinderen? Wanneer zijn ze betrokken en wanneer daalt dit?
De kinderen zijn eigenlijk vrij enthousiast, het is net alsof ze voelen dat hier andere dingen aan bod gaan komen dan in andere lessen, dingen die ze op de één of andere manier al zelf hebben meegemaakt. Kinderen vinden hier ook de rust om hun eigen groei te vinden en antwoorden te krijgen. Er is geen enkel kind dat zijn vinger niet omhoog steekt bij de vraag of ze al zoiets aan de hand hebben gehad, dat wilt voor mij toch al zeggen dat ze hun op hun gemak voelen en zeer betrokken zijn.
7; Welke levensvragen stellen de kinderen?
Waarom moeten we mensen missen?
Waarom leven die poezen niet meer?
Hoe komt het dat iemand weggaat?
Waarom wenen wij dan?
Waarom moet ik bidden?
8; Aan welk component wordt vooral gewerkt?
Ik heb het heel moeilijk om te bepalen om welk component het hier gaat. Er zijn in mijn ogen verschillende componenten aan bod gekomen.
1; Open komen voor symboliek; altijd als de les begint wordt er een kaars aangestoken en bidden de kinderen. Ook maken ze kennis met Allerheiligen en Allerzielen en de betekenis hiervan. Nadien is er op de school ook een viering.
2; Vertrouwen versus wantrouwen: Aan dit component wordt veel aandacht besteedt. De juffrouw werkt enorm hard aan het vertrouwen van de kinderen. De kinderen hebben dit ook nodig om zich te kunnen uiten in de klas, ze merken ook zelf wat het teweeg brengt.
3; In verbondenheid met anderen: Het kind krijgt in de klas het gevoel dat er verbondenheid is met anderen, zeker als ze allemaal hun verhaal vertellen en merken dat ze niet alleen zijn.
Opdracht 6
1; Herinneren
Mijn dag begon niet al te denderend, om 9u liep de wekker af en wist ik dat het weer tijd was om werken te gaan. Mijn bedje riep de hele tijd dat ik moest terugkomen, jammer maar helaas most ik vertrekken. Ik denk dat de winter moeheid me een beetje parten speelde.
Eens aangekomen op het werk begon de dagelijkse routine, alles klaarmaken voor de middagrush en daarna alles klaarzetten voor de avondrush. Ik voelde het al onmiddellijk, het was mijn dagje niet. De lach op mijn gezicht was een gemaakte lach.
Na het werk ben ik thuisgekomen en besloot ik mij op school te storten. Het ging maar niet vooruit, mijn inspiratie was nihil en de moed zakte me in de schoenen. Plots kreeg ik een sms van een goed vriend, hij was verjaard en nodigde iedereen uit om ene te komen drinken. Ik heb nog even proberen door te werken voor school maar merkte dat het echt niet wou lukken. Ik heb me bijeen gepakt en toch iets gaan drinken. Eens aangekomen zag ik dat er heel wat volk was, allemaal goede vrienden die ik al jaren ken. We zaten samen iets te drinken, beetje te lachen en te praten. Mijn gemoed sloeg helemaal om. Ik kon mijn verhaal vertellen en kreeg veel hulp en ideeën van hun. Na een paar uurtjes vertrok ik terug naar huis. Ik voelde me helemaal herkomen en opgepept! Toen ik thuis kwam heb ik mij terug achter de computer gezet en nu ging het werken voor school gelijk niks. Wat kan een vriendelijk woord, een schouder en steun van vrienden toch veel doen met een mens. Ik heb gemerkt dat ik dit echt nodig heb. Vrienden rondom mij zijn heel belangrijk, ze steunen mij, zien mij graag en trekken me erdoor als het eens minder gaat. Ik denk dat als ik niet gegaan was dat ik dan met een heel treurig gemoed ging slapen. Mijn vrienden hebben mij echt de moed en inspiratie gegeven om door te gaan, wat zou ik toch zonder hun zijn. Ze hebben me een hart onder de riem gestoken.
2; Erkennen
Vriendschap, liefde, een troostend woord, een glimlach en een schouderklop. Dat zijn de dingen die ik hieruit haal.Een mens heeft andere mensen rondom zich nodig. Liefde voor mekaar maakt elkaar beter. God heeft de mensen gemaakt uit liefde en hij heeft ze ook de kans gegeven om zelf lief te hebben. God heeft de mens niet geschapen om alleen te zijn anders had hij ons wel emotieloos gemaakt. Het kan soms zo deugd doen om te weten dat er iemand van je houdt, onvoorwaardelijk. Het is belangrijk om te weten dat jij als mens gemaakt bent om lief te hebben en liefde te geven.
Als ik die avond niet bij mensen was geweest die mij graag zien dan was ik waarschijnlijk niet verder geraakt maar een vriend kan je steunen en dat is wat wij nodig hebben van mekaar. Liefde is een basisbehoefte op zeer verschillende manieren.
3; Herkennen
God is liefde natuurlijk en hij staat voor alles wat met de mens te maken heeft. Ons leven draait daarom ook over liefde.
Er zijn zelfs tien principes over vriendschap geschreven in Johannes 15:9-17
In die 10 principes wordt vriendschap continue gelinkt met liefde. De liefde voor mekaar voor God en van God. God is liefde, vriendschap is liefde dus staat God ook voor vriendschap. Op de thomas website staat enorm veel informatie over vriendschap maar dit vond ik de mooiste citaat; Het bevrijdende van de Blijde Boodschap is dat de liefde van God zich realiseert en uitdrukt in de vriendschap en de liefde die tussen mensen groeit. De trouw tussen vrienden is een afstraling van Gods trouw aan de mens.
Ook Bijbelverhalen zoals; David en Jonathan, zij sluiten een vriendschapsverbond.Jonathan weet dat David zijn meerder is en kroont hem tot koning, zonder probleem, zover reikt hun vriendschap. Het verhaal van David en Jonathan gaat nog verder dan dit thema alleen, het gaat ook over vijandschap en dergelijke maar het laat ook heel duidelijk zien dat vriendschap overwint.
Een hele mooie uitspraak in dit verhaal vond ik; trots bouwt muren, nederigheid bruggen.
Ook in psalmen en spreuken komt het thema liefde en vriendschap enorm veel voor.
De HEER is een vriend van
wie hem vrezen, hij maakt
hen vertrouwd met zijn
verbond.
Psalm 25:14
wierook maakt gelukkig,
maar zoeter voor het hart is
ware vriendschap.
Spreuken 27:9
Opdracht 7
Bruce almighty en Evan almighty zijn twee humoristische films over God.
In Bruce almighty gaat het over een man die geboren lijkt te zijn voor het ongeluk. Alles valt tegen, hij geeft God hier de schuld van. Hij vindt dat God een pik op hem heeft. God komt tot Bruce en geeft hem zijn job, eerst is Bruce in de wolken maar als snel merkt hij dat dat niet zo vanzelfsprekend is. In deze film zitten heel veel humoristische stukken maar ook veel waarheden.
http://www.youtube.com/watch?v=QAK5sJ77J78
In Evan almighty komt God naar een man die het nogal hoog in zijn hoofd heeft. Hij geeft hem de opdracht om de Ark van Noah te bouwen om hem zo een lesje te leren over nederigheid, liefde en trots. In beide films vind ik het al een goed visie dat God niet wordt voorgesteld als blanke maar als zwarte.
http://www.youtube.com/watch?v=h6SE4jUDl7o&feature=related
Ik hou zelf nogal van humor en ik vind dit zalige films. Ze doen me lachen maar vertellen tegelijkertijd ook de visie van God over waarden en normen.
Het volgende lied heeft veel betekend voor mij, er zit waarheid in, puurheid en eerlijkheid,..
Recht voor de raap
http://www.youtube.com/watch?v=xavFb4WH7o0&feature=related
Opdracht 8
1; Wie zijn voor jou Goddelijke mensen geweest, nu of in het verleden?
In de periode dat mijn vader was overleden en tegelijkertijd mijn relatie op de klippen liep was mijn moeder een Goddelijk mens voor mij en dat is ze nog steeds. Zij zorgde ervoor dat ik de dingen vanuit een ander perspectief bekeek. Ze luisterde naar mij, troostte en steunde mij. Ook was ze eerlijk en oprecht ookal hoorde ik het misschien niet zo graag. Zij gaf mij hoop en sleurde mij uit het dal, liet mij terug geloven in liefde en leven, ik zal haar hiervoor voor eeuwig dankbaar zijn. Ik kan nog uren doorgaan, ze is voor mij de wijste vrouw op deze aarde ..
2;Wie of wat heeft mij opgeroepen om Goddelijk te zijn voor een ander?
Als ik eerlijk moet antwoorden op deze vraag dan zou ik moeten zeggen dat ik totaal niet weet of ik voor iemand ooit Goddelijk ben geweest. Moest ik dat voor iemand geweest zijn dan is dat dan onbewust geweest omdat ik vond dat ik zo moest reageren op dat moment. Als er mensen zijn met problemen of vragen of mensen die gewoon een luisterend oor nodig hebben dan zal ik er zijn. In mijn ogen is dat niet Goddelijk maar gewoon menselijk..
Opdracht 9
Intervieuw Lemmelijn; 3 ideeën die me aan het denken hebben gezet
Lemmelijn gebruikt verschillende krachtige uitspraken die me zijn bijgebleven en die het beeld van de Bijbel en God bij mij hebben beïnvloed.
1)De bijbel verhaalt niet hoe het is geweest maar hoe het zou moeten zijn!
=> zoeken, vragen, twijfelen dat brengt verheldering; letterelijk voor waar nemen van de Bijbel is niet de bedoeling.
2)Je kan geen huis restaureren voordat je breekt en puin ruimt.
Dit gevoel heb ik alleszinds toch gekregen, ik heb bij mezelf veel moeten afbreken en puin moeten ruimen om terug een klare kijk op de Bijbel en geloven te krijgen. Alle tradities die er ooit bij mij zijn ingedramd zonder bijkomende uitleg of duidelijkheid dat de Bijbel geen exacte wetenschap is maar geschriften van mensen die van Jezus hielden en hun eigen visies hebben neergepend.
3)Het nieuwe testament is een geloofsgetuigenis, geen historische reportage.
Nu dat ik er eens rustig bij heb stilgestaan en logisch heb nagedacht merk ik ook dat het onmogelijk zou zijn dat al die dingen echt gebeurd zijn. Ik geef de Bijbel nu ook terug een kans omdat ik nu begrijp wat de bedoeling is. Ik heb heel lang gedacht dat de Bijbel vol nonsens stond omdat de verhalen ongeloof bij mij opriepen, wie kan er nu over water lopen? Dat kan toch niet! Inderdaad dat kan ook niet maar het is ook niet de bedoeling van het verhaal om mij te overtuigen dat dat kan.
4)Geloven is een keuze
Ik ben ontzettend blij dat ik in dit half jaar gezien heb dat kinderen echt zelf de keuze krijgen en dat wij trots mogen zijn dat wij hun gids zijn door dit alles. Uiteindelijk ben ik er zeker van dat zij zelf hun geloof vinden, welk dat dan ook mag zijn.